INTERVIEW 11 
Project 19
OZ: Dan gaan we officieel beginnen. Het project dat jij hebt uitgezocht
D11: [P19] is een bedrijf dat zit op [bedrijventerrein] in [gemeente]. Ze heten nu [nieuwe naam bedrijf] zag ik omdat ik er gisteren wat over opzocht, dus het heet geen [P19] meer. En wat zij doen is: zij zorgen ervoor, even in simpel Nederlands, want ik heb het mij ook tien keer moeten laten uitleggen, zij zorgen ervoor dat [uitleg activiteiten bedrijf]. Dat betekent dat zij een bedrijf zijn met heel veel schermen. Dus ze hebben een, ja, main room, waar [uitleg activiteit bedrijf]. Dus die zitten altijd, ja, op grote afstand naar schermen te kijken, en daar vandaan te werken. Met heel veel mensen bij elkaar. Dat is natuurlijk heel, dat is ook 24/7, het gaat natuurlijk altijd door. En daarnaast heb je dan, zeg maar, de gewone kantoorplekken. 
Nou, wat ik gedaan heb is, ik heb gezegd van nou, wat is het nou wat ze doen, wat is het voor organisatie en wat wil je nou eigenlijk als werkomgeving? Want dat type werkzaamheden, dat is dus heel druk, heel dynamisch, want je krijgt continu, krijg je informatie binnen waar je iets mee moet. Er zitten heel veel mensen bij elkaar in een ruimte. Nou, het is dynamisch het is heel veel techniek ook, ze hebben natuurlijk heel veel, ook voor zich. Het is ook hectisch, er gebeurt van alles. Dat is alles wat je aan omgeving om je hebt om te kunnen werken. 
En als je nou zorgt dat het in een werkomgeving staat die enigszins rust geeft, professionaliteit en het gevoel dat je de boel onder controle hebt, dan kan dat helpen. Dan kan dat helpen om te zorgen dat je makkelijker, ja, gefocust kan blijven op je werk.
OZ: Ja. Was in dit project dan ook een van de doelen dat je juist mensen bij elkaar gaat brengen en elkaar beter leren kennen? Want dit lijkt er een beetje op alsof dt al heel erg in het werk zit en dat je vooral voor de rust hebt ontworpen.
D11: Eh ja Ik, nou, het is voor de rust ontworpen om niet naast alle drukke dingen die je al hebt ook nog heel veel drukte om je heen te hebben. Dus vandaar die rust.
OZ: Ja.
D11: En daarnaast gezocht naar ruimte waar mensen ook daadwerkelijk even tot rust kunnen komen.
OZ: Ok, maar dan niet per se dat het de bedoeling was dat ze dr vooral contact met elkaar zouden hebben?
D11: Niet in de, niet op de werkplek.
OZ: Nee, maar dus in een andere ruimte. 
D11: Ja.
OZ: Ja. En heb je die ook wel echt ontworpen om meer de onderlinge band te versterken? 
D11: Zeker. Zeker.
OZ: Ja? Oh, dan is met name de ruimte interessant.
D11: Ja. Ja. Goed zo. Nou, als je dan kijkt naar het pand, dat is een heel diep pand met een grote structuur met kolommen. En je voelt je heel erg, je hebt geen totaal geen idee waar je loopt als je er loopt, want het is heel... Je ziet bijna geen raam, want zo ver weg is het, dan staan er allemaal wandjes voor, kolommetjes. Het is n grote, ja, onduidelijke situatie. Dus wat ik wilde is meer ook zorgen voor een goede orintatie. Een helder, ja, heldere belijning en orintatie binnen dat grote vierkante gebouw. 
OZ: En dat was dan vooral gericht op dat er meer controle, je meer gevoel het van controle te geven?
D11: Ja precies. Precies. Zo is het als bestaande situatie. Je komt hieronder, kom je binnen. Dan kwam je in een ruimte waar je totaal, nou ja, geen idee had waar je zat. Want dit loopt nog veel verder door naar andere ruimtes. En je ziet, die gevel is gewoon heel lang, want dit is iedere keer 7,90 m geloof ik, dus het zijn echt grote stappen die je iedere keer maakt.  En, in heel veel ruimtes ervaar je totaal geen buitenlicht. Je hebt helemaal geen daglicht. Nou, als n ding belangrijk is, voor alles denk ik, ook voor sociaal welzijn, is dat je toch ook gewoon daglicht hebt ergens.
OZ: Ja. Waarom denk jij dat dat ook een relatie heeft met sociaal welzijn?
D11: Nou, ik denk dat je, als je in een Ik denk, sowieso dat je als mens het heel prettig vindt om ook even naar buiten te kunnen kijken. Al is het maar om even rustig na te denken. Ik kijk nu zelf ook even naar buiten, om wat afleiding te hebben. Omdat het je rust geeft en dat je je daarna ook weer vol op een gesprekspartner kunt richten. Denk dat licht, daglicht en zicht, daar een positieve bijdrage toe heeft.
OZ: Want wat zou de positieve bijdrage zijn?
D11: Dat positieve, wat dat is? 
OZ: Ja. Ja, stel je bent in een gesprek of je bent samen in een ruimte en er is ook een mogelijkheid om naar buiten te kijken.
D11: Nou, ik denk als je met geliefden of met intimi bent, dat je daar veel minder behoefte aan hebt. Dat je veel makkelijker je gewoon op elkaar kunt richten zonder dat je de behoefte hebt om even weg te kijken. En ik denk dat je in een minder veilige omgeving, misschien dus in een meer kantooromgeving, het prettig vindt om ook gewoon even in alle rust de andere kant op te kijken. En daardoor daarna ook weer naar die collega, of die chef, of die weet ik wat het wat het allemaal is. Ik heb dat natuurlijk zelf niet echt heel erg bij de hand, haha. Dus ik spreek niet uit eigen ervaring, maar ik ga ook op feestjes, op recepties, of op gelegenheden waar je mensen ontmoet die je niet perse heel goed kent, merk ik dat, ja, dat het positief is.
OZ: Ja, een soort van afleiding, dat je even kan afdwalen. Doe je dat in de zorg bijvoorbeeld dan ook?
D11: Zeker. Zeker. Ja, in wachtruimtes bijvoorbeeld. Die worden vaak inpandig gelegd omdat er gewoon geen andere ruimte beschikbaar is. Dan heb je een pand, ja, alle spreekkamers moeten aan het daglicht, ds de wachtkamer wordt dan maar ergens zonder daglicht. Een wachtkamer met, aan het raam is gewoon een in alle opzichten veel aangenamere wachtruimte. Omdat je weg kunt kijken, omdat je ook dan, je de vrijheid voelt, net als in de trein. Je hoeft niet perse naar degene tegenover je te kijken, maar je kan ook gewoon even naar buiten kijken. En dan ben je er toch, maar je bent eventjes er niet, of zo, in je hoofd.
OZ: Ja, precies. En hoe zou dat dan op een kantoor in zon ontmoetingsruimte, of pauzeruimte om het maar even zo te noemen, hoe zou dat dan kunnen bijdragen aan beter contact met je collega's?
D11: Nou, ik denk als je eventjes rust kan nemen, dat je makkelijker ook weer contact maakt. Ik denk als je permanent aan moet staan om te socializen, h, dat dat juist weer druk geeft. Ik kan me voorstellen dat als je de mogelijkheid hebt om eventjes je daaraan te onttrekken, dat je dan daarna ook weer opgeladen bent om wl dat contact te hebben, en beter contact misschien. [Collega komt om de hoek kijken en zegt gedag.] 
OZ: Dat begrijp ik. Dat het ook te maken heeft met misschien energie reguleren, behoefte aan even terugtrekken, tussendoor. Wat afleiding.
D11: Ja. Jij geeft daar betere bewoordingen voor, maar ja, dat klopt. 
Dus wat heb ik gedaan? Ik heb geprobeerd er een nieuwe structuur in te leggen en meer ook dat daglicht te gebruiken en wat verder de ruimte in te halen. Dus wat ik gedaan heb, is een.. Hier zie je weer die entree. En je komt eigenlijk binnen in n grote ruimte met meer daglicht, dat valt hier wel doorheen. Een soort ontmoetingsruimte en een soort aanlandplek-achtige ruimte. 
OZ: Waarom heb je die bij elkaar in een ruimte gedaan?
D11: Omdat het een enrm grote ruimte is.
OZ: Die wilde je niet splitsen?
D11: Nee, ik vond het Dat aanlanden Kijk, de meeste mensen zitten hier gewoon permanent [wijst een werkruimte aan] of zitten her permanent [wijst andere werkruimte aan]. Dat zijn hele volle ruimtes. Mensen die hier een tijd zitten, hier staan bijvoorbeeld al die schermen, h. Die gebogen wand, dat is n grote wand van boven tot onder met computerschermen. Die mensen vinden het ook gewoon prettig om even koffie te pakken, dat doe je hier, en om ofwel hier te zitten of om hier ondertussen nog even iets van werk te kunnen doen, en daar ook andere collega's te ontmoeten.
OZ: Ok, dus dat aanlanden is wat jou betreft wel werken, maar half in interactie met de mensen die daar ook zijn?
D11: Juist. Ik zie hier deze ruimtes, en dit zijn echt wel ruimtes waar je heel geconcentreerd moet kunnen werken. Hier is ook het geluidsniveau, hier is ontzettend gelet ook op de akoestiek, op de ruimte-akoestiek, om te zorgen dat Als je binnenkomt, dan valt het ook bijna dood. Wat aan de ene kant, zou je denken, heel nprettig is, maar aan de andere kant willen ze het gewoon zo stil mogelijk omdat ze, ja, zo geconcentreerd eigenlijk bezig zijn. Oh, ik moet even andere dingen wegduwen [gaat over fotos in beeld]. Dat ze dat dus heel prettig vinden. Hetzelfde geldt hier ook. 
Dit is dan weer een ruimte waar je weer veel makkelijker wel gewoon kan praten zonder dat je hoeft te fluisteren of Dus het krijgt meer daardoor een, ja, ik zou bijna zeggen, meer horeca-achtige sfeer waarbij het geluidsniveau hoger mag zijn, maar doordat er geroezemoes is, kun je toch gewoon een gesprek voeren zonder dat anderen meeluisteren. Maar die mogelijkheid is er. En dat wilden ze hier gewoon, dat was echt wel een harde eis ook, dat er in die werkruimtes, daar wordt gewoon niet heel veel gepraat. Ze zijn echt gewoon soms wel twee uur achter elkaar alleen maar bezig, zonder te praten, en dan is het fijn om hier nog eventjes met een kopje koffie en even wat overleggen of
OZ: Ja. Hoe hadden zij dat zelf verwoord In de opdracht? Ze wilden blijkbaar ruimtes voor concentratiewerk, en kwamen zij ook met het idee van We willen een ontmoetingsruimte of We willen aanlandplekken, of kwam dat vanuit jou?
D11: Nee, dat kwam wel meer vanuit mij. Ja. Er moest wel iets van een  pantry-tje zijn en een tafel. En ik heb wel dit idee eigenlijk erin gebracht om te zeggen, ja maar je hebt veel meer ruimte nodig voor zveel mensen om ook te kunnen ontspannen, juist omdat je zo permanent geconcentreerd bezig bent. Er zitten hier bijvoorbeeld ook mensen die zitten te [type activiteit] h? Dus mensen die  permanent bezig zijn om [activiteit]. Nou ja, dat kan alleen maar als je cht heel geconcentreerd bent, dan moeten er niet mensen om je heen gaan zitten kletsen of lachen, of wat dan ook. Dus vandaar dat ik gezegd heb van deze ruimte moet gewoon een grotere ruimte zijn, en een ruimte met verschillende mogelijkheden, verschillende zitmogelijkheden, verschillende sta-mogelijkheden, maar ook om hier nog even, ja, iets te kunnen overleggen met een beeldscherm, of wat andere dingen te doen.
OZ: Ja. En waarom was het belangrijk om verschillende zitmogelijkheden, sta-mogelijkheden aan te bieden? Waarom wilde je dat?
D11: Waarom wilde ik dat? Omdat je als je een paar uur gezeten hebt, het ook lekker kan zijn om even te staan. Dus een aantal hoge statafels om koffie te drinken of even te praten. Er zitten grote tafels om mt elkaar te kunnen zitten, te kunnen lunchen, koffie te drinken, te overleggen. En langs deze zijkanten, dat zie je hier niet, maar dat kan ik op foto's ook wel laten zien, zitten gewoon banken, vaste banken met tafels en poefjes en stoeltjes, dus om met een klein groepje ook bijvoorbeeld nog even te zitten met een laptop, of ja.
OZ: Dus eigenlijk voor verschillende soorten gesprekken?
D11: Verschillende soorten gesprekken, ja. Dat je dus zelf ook kan bedenken wr je waar zitten, en als je samen met iemand bent, of je gewoon aan de tafel wil gaan zitten, of dat je even gaat staan, of dat die mogelijkheid er in ieder geval is om verschillende, ja, zit-/sta-mogelijkheden te hebben.
OZ: Ja. Ja. En als je een iets persoonlijker gesprek met iemand wil voeren, is die bank daar dan geschikt voor of moet je dan echt naar een hokje?
D11: Ja, er zijn hokjes. Er zijn hier inderdaad kleine hokjes, maar die zullen vaak ook. Dit zijn echt wel overleg plekjes, maar dat dat zie ik dan meer als overleg in de werksfeer h. Eh 
OZ: Omdat ze ook dicht bij de bureaus zijn, die plekken. 
D11: Ja, precies. Dus daar ga je dat hoort hier bij. Dit zijn alweer van die [type werk]ruimtes. En ja, het zijn echte werkruimtes hier, maar deze plekken zijn wel om even met collega's te overleggen. Hier ga je zitten, hier kan je ook gewoon met z'n tween zitten en rustig praten, zonder dat anderen je horen, maar je zit wel in een open ruimte.
OZ: Want dat is dan wel wat afgesloten, dat hoekje, of tenminste een beetje omkaderd?
D11: Nou, dit is inderdaad een nis. 
OZ: Ja
D11: Hier zie je het een beetje, dit is nog een oude schets. Nog eentje verder Hier zie je hier kijk je ook naar het licht h, dat is waar ik mee begon eigenlijk. Dus met heel veel glas gewerkt, dus het blijft een behoorlijk lichte ruimte. Deze wanden, die ljken niet schuin, die zjn schuin, dus die zijn eh, hoe zeg je dat?
OZ: Het loopt taps toe naar de vloer.
D11: Taps, precies. En dat heeft te maken met de akoestiek in de ruimtes. 
OZ: Ja
Geluid gaat, net als licht, in een rechte lijn en als je glaswanden hebt die haaks op de vloer staan, dan krijg je het geluid gewoon direct terug. Als je. Je hebt nu beeld h?
OZ: Ja.
D11: Hij helt nu deze ruimte in. Op het moment dat hier geluid is, kaatst het eigenlijk meteen naar de vloer, hier ook. En in deze ruimte kaatst het naar boven.
OZ: En dat plafond, dat absorbeert dan het geluid?
D11: En dat plafond absorbeert, precies. 
OZ: Dus er zit een akoestisch plafond in?
D11: Ja. En met name in deze ruimtes, was het het beste voor de akoestiek, als de wand, als het glas naar binnen valt Er zijn allemaal daar hebben knappe koppen aan gerekend. 
OZ: Ja?
D11: Akoestiek was een van de dingen die echt hoog op de lijst stonden, dat mest goed zijn. En het feit dat je met schuine wanden betere akoestiek, schuine glswanden in ieder geval, nou, dat was een van de dingen waarom ik zei van nou, misschien moet je die wanden niet recht maar schuin plaatsen. En toen hebben ze berekend op welke manier, en welke hoek, en aan welke kant die naar welke kant zou moeten vallen.
OZ: Ok. Wie heeft dat gedaan, heb je daar een bureau voor ingeschakeld of zo?
D11: Ja, ja, daar is een bureau voor ingeschakeld. Ja.
OZ: Een specialist?
D10: Ja, een soort Peutz-achtig, maar het was niet Peutz, een andere.
OZ: Ja ja. Echt een akoestisch specialist.
D11: Ja, ja.  We hebben die wanden ook een behoorlijke dikte gegeven, juist ook om hier een soort nis aan deze kant te kunnen maken waar je bankjes in hebt. 
OZ: Ja 
D10: Nou, daar heb ik Dit is echt een van de eerste schetsen h, dus hier is later echt nog wel aan veranderd, maar
OZ: Waarom vond je het een goed idee om die banken in een nis te maken en dan dus die wand dikker te maken, waarom heb je dat z gedaan?
D11: Ja, om een soort bescherming te bieden. En een nis waar je in zit, voelt wat veiliger, wat prettiger, dan een bankje dat tegen een wand aan staat. Een bankje dat tegen een wand aan staat steekt uit, je kunt je niet verstoppen, je zit heel erg in het zicht. Een bankje wat terug valt geeft bescherming, alleen je benen steken eruit eigenlijk. Ja, deze meneer zie je hier natuurlijk zitten, maar als je dat echt niet wil en je gaat hier in het hokje zitten, dan ben je echt wel een beetje op jezelf. Dat kun je soms heel erg nodig hebben, heel erg prettig vinden om ook eventjes wat voor jezelf bezig te zijn met een boekje of een telefoontje, of ja.
OZ: En als je daar met zijn tween gaat zitten, als je niet even op jezelf, alleen wil zijn, maar.
D11: Nee, als je met zijn tween zit, ook dan denk ik dat je op die manier makkelijker ook een goed gesprek voert met iemand, ook vanwege dat veiligere gevoel. 
OZ: Ja. 
D11: Dat je Ook in een tuin, bijvoorbeeld als je een bankje onder zon mooie rozenhaag hebt wat ook bescherming geeft, dat is denk ik niet voor niks dat je daar dan ook wat van die verliefde stelletjes ziet zitten. Ik denk dat je dat minder doet als je nou, als je gewoon dat bankje ergens midden in het gras hebt staan of zo. Dus een zekere bescherming en, nou ja, dat heb je hier omdat er rug ondanks dat het glas is, het is ook ietsje getint, geeft ook die rug bescherming, maar ook het feit dat je toch iets verder terug zit.
OZ: Ja. Ja, want het glas komt dan van bovenaf tot schouderhoogte ongeveer?
D11: Ja, precies ja.
OZ: Ja. Maar dan heb je wel nog achter je mensen die je zien?
D11: Ja, dat klopt. Ja.
OZ: En dat is vooral gedaan vanwege dat je toch veel daglicht wilde hebben binnen?
D10: Veel daglicht en toch ook wel om het contact tussen alle verschillende Ja, dat was ook.. Ja, goed zo, ja het is alweer 7 jaar geleden zag ik net h, dus ik moet ook dingen wel weer even terughalen. 
Doordat je zo ontzettend in die verschillende groepen zit, wil je ook dat er toch ook wel zicht is op elkaar. Dus dat als je stel dat je hier werkt en je gaat hier even zitten, dat je ook wel weer ziet van oh ja, daar zitten die collega's. Want het zijn natuurlijk wel allemaal mensen die gewoon voor n bedrijf werken, maar die elkaar dan hier wel zien, maar het is ook soms wel aardig als je je realiseert van, oh, ja, daar gebeurt dit, en daar gebeurt dat.
OZ: Waarom is dat belangrijk, denk je? Wat doet dat?
D11: Omdat je daardoor ook beter contact kunt krijgen met elkaar als je ook ziet waar iemand zit. Ik denk ook dat het een begin kan zijn voor een gesprek met iemand van oh ik zie dat jij, oh ik zag dat jij op die afdeling zat, en wat doe je daar dan precies en waar ben je mee bezig? Als je elkaar helemaal niet ziet, niet ziet ook op de werkplek, en je ziet elkaar alleen maar hier [in de ontmoetingsruimte], dan, ja, kan ik me voorstellen dat je misschien ook nog wel van iemand denkt van het is misschien een externe vertegenwoordiger of een weet ik veel, en dat je daar niet zo snel een gesprek mee aanknoopt, terwijl als je mensen ook ziet zitten op hun werkplek, dan doe je dat denk ik makkelijker.
OZ: Ja ja. Dus oogcontact, elkaar zien, kan aanleiding geven voor een gesprek?
D10: Ja.
OZ: En over gespreksaanleidingen gesproken: heb je daar in het ontwerp verder nog iets mee gedaan, behalve die zichtlijnen?
D11:  Nee.  Eh, wat hier zit is een kleine pantry. Ik kan straks wel wat meer foto's laten zien ervan.
OZ: Oh, die pantry zit in een hokje?
D11: Ja, die pantry zit hier in een hoek.
OZ: Ok. Waarom heb je die in een hokje gedaan in plaats van in die open ruimte?
D11: Ehm Die staan niet op deze tekening, maar hier staan ook nog wel twee of drie van die statafels, dus je kunt ook hier je koffie drinken. Dus ik heb hem eigenlijk onderverdeeld in een deel waar je de koffie haalt en ervoor kan kiezen om hem daar ook ter plekke op te drinken en dan weer meteen terug te gaan naar je werkplek, of alln maar koffie te halen en terug te lopen, of om met die koffie ook even echt te gaan zitten, of hier te gaan zitten. En dan ben je in een andere ruimte. 
OZ: Of daar te staan, buiten het hokje van de pantry.
D11: Ja of hier te staan, precies. Dus ja, dat je daarmee Want dit is natuurlijk toch wel n grote open ruimte h, je ziet elkaar wel. Dit is nog weer wat meer beschut. Dus dit, zou je kunnen zeggen, is even het kopieerapparaat, waar ik altijd over hoor van: mensen zeggen dingen bij tegen elkaar bij het kopieerapparaat. Haha.
OZ: Ja, dat is denk ik omdat je elkaar dan ook tegenkomt en vroeger stonden die apparaten  misschien ook vaker in een hokje, ik weet het niet... haha.
D10: Haha, precies.
OZ: Maar jij bedoelde dat ook te realiseren, dat er een wat kleinere ruimte is waar je elkaar ook tegenkomt en die iets meer afgescheiden is van de grote ruimte.
D11: Ja. Precies, precies. En dat je daarmee wat meer keuze hebt in waar je even wil zijn als je gaat ontspannen. Er zullen ook workaholics zijn die gewoon alleen maar werken en alleen maar koffie pakken en weggaan. Maar ik weet ook dat er zat mensen zijn die daar juist wel heel veel gebruik van maken. Die dat fijn vinden.
OZ: Ja ja. En over dat ontspannen, die ruimte was echt bedoeld om te ontspannen, heb je net uitgelegd. 
D10: Ja.
OZ: Wat voor vormgeving heb je daar verder voor gebruikt?
D11: Voor deze ruimte?
OZ: Ja, met name gericht op het ontspannen, dan even.
D11: Dan zal ik even kijken of ik dan nog wat fotos kan vinden. Had jij op de website gekeken?
OZ: Ja.. even snel. Maar ik weet niet of die ruimte daar echt uitgebreid wordt belicht.
D11: Ik eigenlijk ook niet. Dan laat je 100 foto's maken, en dan
OZ: Volgens mij stond daar vooral ook die grote ruimte met die schermen op, wat bijzonder was voor hun bedrijf. Maar ik ben vooral genteresseerd in die...
D11: Ja, dat snap ik.
OZ: Misschien dat ik ook daarom eerst dacht dat dit project minder relevant zou zijn dan dat andere.
D11: Ja, dat kan hoor.
OZ: Dus het is goed dat je zelf kiest.
[Zoeken en opnieuw scherm delen]
OZ: Ja, nu zie ik een foto, of render 
D10: Foto.
OZ: Zo, dat is een hele strakke foto.
D11: Ja. Ja. Ehm Nou wat we hier gedaan hebben is Die tafel, op de plattegrond die je net zag, waren het nog twee tafels, we hebben uiteindelijk gekozen om daar toch n grote lange tafel van te maken.
OZ: Waarom was dat?
D11: Haha.
OZ: Haha, ja ik wil lles weten.
D10: Haha, ik moet zo lachen om jouw vragen.
OZ: Haha, Waarom was dat? Waarom, waarom, waarom?
D11: Haha. Dat was omdat je als je een grote lange tafel hebt, minder kans hebt dat er twee tafels ontstaan waarbij aan beide tafels steeds dezelfde mensen gaan zitten. Dus dat je groepen krijgt die dan toch weer bij elkaar blijven zitten. En met een grote lange tafel dwing je mensen meer om ook met elkaar of met anderen in gesprek te komen. En nou ja, wat ik net al zei, voor een bedrijf waar mensen zo in hun eigen gebiedje zitten, is om saamhorigheid binnen de hele organisatie te hebben wel van belang. En ook natuurlijk omdat, wat ik zei, het een 24/7-bedrijf, dus soms kom je ook weer hele andere mensen tegen, als je net een andere dienst hebt of zo, dan zitten daar weer andere mensen, dus dan is het ook leuk om zo'n grote lange te hebben om ja, om dat te doen.
OZ: Dat mixt wat makkelijker, denk je?
D10: Ja. Je ziet dat dit ook nog in het pr-houttijdperk ontworpen is
OZ: Hoe bedoel je dat?
D11: Nou, als ik het nu zou doen, denk ik, dan meer met de trend en de gevoeligheid van mensen over hoe een aangename ruimte is zou je nu misschien meer met hout, ook een grote houten tafel. Omdat dat, dat zijn natuurlijk tijdselementen die je, als je hl lang een vak doet zoals ik, dat iedere keer weer om-en-om terug krijgt en ik denk zelf dat Dat is altijd heel grappig: mensen dnken altijd van zoals het nu is.. ja maar dat hoort bij het gevoel wat je hebt h, maar het is helemaal niet zo, het is gewoon een trend, en daar voel je je als mens, op dt moment voel je je daar fijn bij. 
En waar je tien jaar geleden juist aan een grote lange, strakke witte tafel je op je gemak voelde, voelen mensen dat nu minder. Die willen nu een robuuste houten tafel hebben want, dat is het eigenlijk, alleen draan kun je je maar op je gemak voelen. Ik vind dat altijd heel interessant om h, dat is ook het hele vraagstuk over wat mensen dan zeggen van: Ik wil een tijdloos interieur.  Nou, een heel ander ding, gaan we het ook nog een keer over hebben, over dat tijdloos. Maar dat zie ik dus nu, als ik nu kijk dan denk ik, o ja, dit komt wel uit een periode, h. 
OZ: Verwacht jij dan ook dat over een afzienbaar aantal jaren we weer zon strakke witte tafel willen, dat we ons daar weer prettiger aan voelen? 
D11: Zeker. Absoluut.
OZ: Ja?
D10: Absoluut.
OZ: En is dat alleen tijdgeest?
D11: Ja. Het is net als met mode.
OZ: Waarom zouden we een witte tafel kunnen verkiezen boven een houten tafel? Wat voor soort dingen zouden daar dan mee kunnen spelen?
D11: Nou, dat is trend en mode. Zo zie ik het.
OZ: Omdat je gewend bent dat te zien? 
D11: Het is hetzelfde als de broek met wijde pijpen. Jaren kon het echt niet en zat het niet lekker en was het gewoon, nou ja. En ik heb hem al drie keer zien komen in mijn lange leven inmiddels, en ik heb ze nu zelf ook weer, ik vind het hartstikke leuk. In het begin moet ik dan altijd weer wennen, dan denk ik: oh, daar gaan we weer met de broeken met wijde pijpen. En dan denk ik: nou ja, maar ik vind het ook eigenlijk wel weer leuk. En dan voel je je er lekker in en lopen ineens alle jonge meiden weer in met broeken met wijde pijpen, omdat je je daar zo comfortabel in voelt, omdat het zo lekker is. Maar acht jaar geleden, zes jaar geleden, moesten de broekspijpen zo strak mogelijk, want ja, dat voelde comfortabel. Dus, ik denk dat mode en trends een enorme invloed hebben op hoe je een ruimte beleeft en hoe je je voelt in een ruimte. 
OZ: Ja. Zouden daar ook nog wel generieke zaken onder liggen die de tand des tijds kunnen doorstaan en blijvend zijn, denk je? Als het gaat om sociale interactie?
D11: Ja. Ik denk sowieso dat de basis-ingredinten, nou ja, dat is mijn stokpaardje, als die maar goed zijn, dan maakt het mij eigenlijk ook nooit zoveel uit wat voor meubilair er nou per se in staat.
OZ: En wat noem jij dan basis-ingredinten?
D11: De ruimte, de vorm van de ruimte, de hoogte van de ruimte, de verhouding van de ruimte, de daglichttoetreding, hoe het kunstlicht is, wat dat doet, dat doet hier heel veel. Nu, voor de foto, staan het aan, maar het is op alle mogelijke manieren dimbaar en kleurbaar. Hier hebben we natuurlijk rondom enorme lichtbakken om die wanden aan te schijnen. Dit kan onafhankelijk van elkaar aan. Dus die ruimte is enorm aanpasbaar ook qua licht. Dus de basiselementen van een ruimte, akoestiek, het feit dat je op de op de goede hoogte zit dat je verschillende plekken hebt om te zitten, dat je lekkere bureaustoel-achtige dingen hebt, maar ook een hard bankje waar je even snel op kan zitten, dat zijn allemaal dingen dat als die kloppen, als die goed zijn, dan is wat mij betreft, en dan maakt het me eerlijk gezegd, zal het me worst wezen of daar dan een pimpelpaarse tafel staat of nou ja, dat is een beetje overdreven hoor, is een beetje hard gezegd. Maar ik vind dat zelf toch altijd ja wat ondergeschikt aan de ruimte zelf.
OZ: Ok: de ruimte zelf, het type meubilair; niet per se hoe het eruit ziet, maar hoe je het gebruikt, begrijp ik van jou?
D11: Ja, juist.
OZ: En dan de akoestiek en het licht. En dan zijn eigenlijk de kleuren, vormen en materialen van wat daarin staat wat jou betreft inwisselbaar?
D11: Ja. Zo!. Dat is even een. Ik moest er even van zuchten! Haha.
OZ: Haha, ja. Heel gechargeerd gezegd.
D11: Heel gechargeerd gezegd.
OZ: Ja. Je vertelde net over die verlichting en wat er allemaal mee mogelijk is. Waarom vond jij dat voor deze ruimte zo belangrijk?
D11: Omdat het vanuit het 24/7 van belang is dat je kunt wisselen met licht. Dat je s nachts bijvoorbeeld ook die overgang soms wat minder groot wil hebben. Soms wil je juist dat je in die ruimte weer even wakker wordt. Want wat je hier achter bijvoorbeeld ziet h, hier zie je al die beeldschermen, deze ruimte is altijd donkerder. Dat betekent ook dat het soms ook wel fijn kan zijn dat je juist wel eventjes weer wat meer licht krijgt. 
Het is ook een ruimte waar vaak wel evenementen zijn of waar dingen besproken worden, waar even een borrel gehouden wordt. En dan is het fijn dat het Toen de opening was, hadden ze er ook een heel kleurspektakel, een hele lichtshow bijna, van gemaakt. Dan is het ook ineens een hle andere ruimte. En dat maakt het, ja, dat maakt het wel heel leuk.
OZ: Ja. Ja.
D11: Dan zie je ook wel dat het toch wel mensen zijn die met media werken en dan wordt het een beetje theaterachtig.
OZ: Ok. Ja, ja.
D11: Dus daar maken ze ook echt gebruik van, dat vond ik heel grappig om te zien.
OZ: Ja. Dat kunnen ze zelf gewoon bedienen?
D11: Ja. Ja.
OZ: Ja, ok. Dus dat past dan ook wel een beetje bij de identiteit van het bedrijf.
D11: Zeker. Ja, zeker. Ja.
OZ: Ja, interessant. Nog iets over die ruimte, wat van belang is?
D11: Ja, hier zie je dat zithokje. Dit is naar de andere kant h, dat is die gang. Hier kijk je in die andere ruimte Ik zie inderdaad dat van de pantry en zo zijn geen foto's, en van dat gedeelte, althans, niet op de website. Heb je daar behoefte aan?
OZ: Als je nog een goede foto van de pantry kan vinden, vind ik dat wel leuk, voor erbij, en anders doe ik het met deze beelden die je net hebt laten zien.
D11: Ja, maar die zoek ik dan nu niet op, want die moet ik echt in de archiefmap gaan zoeken.
OZ: Dat komt wel, hoeft niet nu.
D11: Ja, dit zijn natuurlijk foto's die door de fotograaf gemaakt zijn, dus dat moet er ook bij zitten. Ja, ik ga daar naar kijken.
OZ: Mooi. H, we zijn een uur bezig. Ik weet niet of jij nog een beetje tijd hebt voor een ander project of dat je zegt nee ik moet nu echt verder?
D11: Nou, ik kan heel even inderdaad, bijvoorbeeld [P20]. 
OZ: Ja, even in vijf minuten wat dan het verschil is bijvoorbeeld.
D11: Even in vijf minuten, precies. 

Project 20
D11: Dat is natuurlijk ook media, maar dat is natuurlijk in [regio] denk ik wel bekend. Het was heel vroeger [oude naam] en mijn zwager en schoonzus werkten daar beiden, dus ik ken [P20] uit die tijd. [Volgt korte anekdote.] 
Het was een gebouw wat op zich redelijk recent is neergezet. [P20] heeft heel lang ook in het centrum van [gemeente] gezeten en is op een bepaald moment naar dit gebouw verhuisd. Maar ze kwamen ruimte te kort en het was ook eigenlijk, ze hielden wel van industrieel, maar het was net iets t. Eer zat werkelijk helemaal niets in, het waren grijze betonnen plafonds en verder niks. 
OZ: Zij droegen al aan van we willen iets meer aankleding, iets meer warmte?
D11: Ja we willen iets meer warmte, want het was echt Kijk, het zijn ook over het algemeen enorme rommelkonten. Misschien komt dat ook wel omdat er niks in de ruimte is, dat je ook de neiging hebt om dan maar zelf van alles neer te gaan zetten.
OZ: Ja, denk je dat dat zo werkt?
D11: Ja, dat denk ik zeker, dat in ruimtes waar niks is, dat je het dan maar zelf toch een beetje aangenaam maakt voor jezelf, of voor je clubje. 
Dus een deel ging over de entreehal. Dat heeft natuurlijk een iets andere functie h, dat is natuurlijk een ontvangstruimte, maar daar moest ook... Dat zie je hier h, we hebben allemaal van die trussen, met licht en cameras, zodat ook hier gewoon opnames gemaakt konden worden, en ook aan de andere kant in die hal. 
Op de verdiepingen zat een grijze vloer. Dus je had het grijze plafond, de wanden waren de buitenwanden waren wit, en de vloer was ook grijs. Dat was een soort gevlinderde, grijze vloer. Dus het was grijs, met grijs en grijs. Maar er zitten natuurlijk wel verschillende mensen die toch ook iets met elkaar te maken hebben, het schuift wel wat heen en weer, dus je wil ook niet te veel kamertjes maken. Ze moeten ook met elkaar kunnen overleggen over bepaalde projecten.
En wat we gedaan hebben, is de vloer eigenlijk in een basis, lichte gietvloer uitgevoerd. En over een aantal plekken, en daar komt het omarmen ook vandaan, een strook gelegd die over de vloer, de wand en zelfs ook het plafond. We hebben bijvoorbeeld hier ook die akoestiek, want er zat niks aan akoestiek, dus die mensen werden ook gek, dus we hebben heel goedkoop, het mocht allemaal niks kosten, baffles opgehangen van de goedkoopste soort, maar die hebben we wel deels in een kleur laten zetten.
OZ: Ik zie ook een schemerlamp daarachter, een heel ouderwetse.
D11: Ja, ja. Dat zijn de dingen, en hier dit ook, dat is toch weer meegekomen. Deze stond ook heel prominent ergens, die staat ook op oude foto's, en die is gewoon toch weer teruggekomen. Dus dat is iemand die, ja, vond dat toch fijn om zijn eigen schemerlamp te hebben.
OZ: Ja. Ok.
D11: Maar doordat je veel sterker contrast hebt, ervaar je dat soort dingen veel minder.
OZ: Wat voor dingen? Die rommeltjes, bedoel je?
D11: Die schemerlamp viel eigenlijk in die oude foto heel erg op, en meer alle troep en dingen, terwijl je nu ook een beeld hebt, je oog wordt ook getrokken naar de naar de kleurvlakken die er in zitten, en waar die tafels dan op een op een willekeurige manier ook overheen staan. En dit zie je, ja, in tweede instantie, zal ik maar zeggen. 
Ja, alles is natuurlijk, het hele ventilatiesysteem en de airco, alles zit natuurlijk in het zicht, en dat is ook prima. Nou, we hebben daar verschillende kleuren voor gekozen. Hier zie je bijvoorbeeld weer al die sportshirtjes van verschillende mensen.
Hier is ook een deel overleg, kort overleg, koffie drinken. Maar het was daar allemaal niet heel erg op gericht op onderling ontmoeten of zo. Dat is niet echt een uitgangspunt geweest, niet een uitvraag ook. Het ging er meer om de werkplekken wat aangenamer te maken, om het ruimteprobleem, daar ging het natuurlijk om, om het ruimteprobleem op te lossen. Want er is ook een qua oppervlakte is er bij gekomen, dus het is heringedeeld. Dus deels wat meer open werkplekken, dus wat meer flexibel, en deels ook toch gesloten plekken, zoals je dan hier ziet. Dus aan n kant hebben we meer met afgesloten ruimtes gewerkt, en deels is het open.
OZ: Ja. Maar er is neem ik aan wel iets van een ontmoetingsruimte en een pantry, of een informele overlegplek?
D11: Ja. Dit zijn vergaderruimtes. Beneden, in de hal, daar zijn eigenlijk de ontmoetingsruimtes, maar dat is zowel voor personeel als voor gasten. Er komen daar natuurlijk ook bands bijvoorbeeld spelen, er komen mensen die genterviewd worden. Dus het is zowel voor gasten, maar ook voor personeel om hier te zitten. Er is ook een aparte kantine waar je kunt zitten. En dze ruimte, dat is beneden, dit zit achter de entreehal, daar heb ik deze hoek. En dat is echt een soort lobby-achtige ruimte.
OZ: Ja. Heb jij daar een lobby-achtige ruimte van gemaakt? 
D11: Ja. Nou daar was dus behoefte om zowel gasten op een behoorlijke manier te kunnen ontvangen, want dat was er nu niet. Er was nu een wachtzitje in de hal, dus bij die eerste foto die je zag, in die grote hal, dat stond daar een beetje verloren een wachtzitje. Maar omdat ze juist ook in die entreehal opnames wilden gaan maken kon je daar dan niet die combinatie met zon wachtzitje, met een ontvangst hebben. Dus dat is verder naar achteren geschoven. 
OZ: Wat je hier ziet is dat dan vooral voor gasten, of is het ook voor medewerkers?
D11: Ook voor medewerkers. Deze trap, die leidt hier naar boven, naar de kantine. Die zat er al. Dus je kunt met iets wat je gehaald hebt in de kantine gaan zitten, maar je kunt ook hier naar beneden en hier aan de tafel zitten. Je kunt hier ook je koffie drinken, of hier op de bank.
OZ: Ja. Ja. Wat heel erg opvalt in deze ruimte is de verdeling in twee kleurvlakken, zowel op de vloer als op het plafond. Waarom heb je dat gedaan?
D11: Ja ja. De blauwe kleur, deze kleur is eigenlijk een kleur, die begint hier, die begint bij de entree. Hier zit de tourniquet, en je loopt hierover hiernaartoe naar de balie eigenlijk, en je loopt daarover door, ook naar achter naar die, want dat zit dus hierachter, die lobby.
OZ: Ok, dus uit de hal, uit de entree vandaan loopt dat blauw dan door naar de lounge.
D11: Dat blauw loopt door, en ook die lichte kleur loopt door, dus eigenlijk een voortzetting van die hal.
OZ: O zo.
D11: En hier wordt hij smaller, omdat het gebouw ook schuin loopt.
OZ: En waarom heb je ervoor gekozen om boven de lichte vloer een zwart plafond te doen en boven de blauwe vloer een wit plafond?
D11: Ehm Omdat ik in beide ruimtes kleur wilde. En het meest naar de binnen liggend vind ik het vaak mooi om de ruimtes gek genoeg wat donkerder te maken. Niet als het werkruimtes zijn, maar wel als het ontmoetingsruimtes zijn, om juist een soort contrast te maken. Hier heb je natuurlijk een enorm grote glasgevel, dus dit zijn echt hele lichte ruimtes. Om in die ruimte ook een wat intiemer deel te hebben, heb ik ervoor gekozen om dat naar binnenliggende deel ook duidelijk een donkerder omhulling te geven.
OZ: Ja. Dus dan lijkt het intiemer. Dus je had dan bijvoorbeeld ook met een verlaagd plafond kunnen werken?
D11: Ja, precies. Ja, dat had ook gekund. Ja. Ja. Dus ook de kleur hier op die achterwand, ja, die heeft natuurlijk, dat is een soort roest-achtig, dat heeft met [kenmerk gemeente] te maken. Maar dat is ook een wat donkerder kleur dan wat je hier hebt.
OZ: Ja ja.
D11: Dus dit hoort meer bij terra.
OZ: En de keuze voor type meubilair en andere materialen?
D11: Nee, dat heb ik dan wel weer door laten lopen. Dus ik heb er niet voor gekozen om ook hier weer heel ander meubilair te zetten. Nee. Zowel hier heb je eigenlijk de mogelijkheid om op een bank of een zitje Ja hier heb ik dan inderdaad wel de tafels. Tafels meer bij het licht. Ja, ja is een keuze, had ook andersom gekund. Nee, ik vind het wel logisch dat de tafels Ook omdat je als je van boven komt, bijvoorbeeld met een bordje, dienblaadje, dat je dan hier redelijk makkelijk bij die hogere tafels zit. Dus dat heeft dan meer eigenlijk meer nog een functionele achtergrond dan een sociale.
OZ: Ja helder. Ok. Ja, is er nog meer dat je over die loungeruimte of zo wil zeggen? Of hebben we dat allemaal wel besproken?
D11: Nee, Ik denk dat het besproken is. Ik denk dat we nou ja, hier gewoon dat hele project geprobeerd hebben zoveel mogelijk met betaalbare middelen er toch een andere sfeer aan te geven. Want wat jij zei over een verlaagd plafond, dus iets wat totaal niet im Frage zou zijn omdat het gewoon te duur was. Dus ja, eigenlijk gewoon met verf gewoon, of met gietvloerkleuren, andere kleuren, geprobeerd om daar een andere sfeer aan te geven. En ik denk dat dat met die middelen ook gelukt is.
OZ: Ja. Heb je daar nog wel eens iets over terug gehoord, of ben je daar nog geweest?
D11: Ja, ik ben er geweest en ze zijn daar nog steeds heel enthousiast over. Heel tevreden over, ja. Ja.
OZ: En wordt deze lounge ruimte ook echt gebruikt, om te eten, en te ontmoeten?
D11: Ja ja, die wordt gebruikt, die wordt zeker gebruikt. Om te eten minder; ze gaan er wel met koffie zitten. Ze blijven vaak in de kantine hun broodje opeten of hun, wat er is, warme eten of iets. En dan nemen ze nog een koffietje, en daar gaan ze dan hier mee zitten.
OZ: Ok, ja. Want de koffie moet je dan ook boven halen? Dus je moet de trap af met koffie?
D11: Ja, f Hier achter de balie staat ook een koffieapparaat.
OZ: Oh ja.
D11: Maar dat is meer eigenlijk voor gasten.
En een pantry, ook hier zit die er niet bij, maar die is uiteindelijk niet uitgevoerd zoals ik voorgesteld had.
OZ: Oh, wat is daar anders aan geworden?
D11: Haha, ja, dan zou ik je een foto moeten laten zien. We hadden aan de ene kant een blad en een pantry waar de koffieautomaat op staat, en aan de andere kant, grenst die aan deze gevel, dus je kijkt daar ook ver uit, had ik daar een hoog blad met hoge krukken, zodat je al zittend gewoon weg kon kijken naar buiten, een beetje over [kenmerkend gebied], een ontzettend leuk punt. En we hadden daar wat lampjes boven, en het was gewoon een prettige hoek. Maar uiteindelijk hebben ze de lampjes wel opgehangen, dus die hangen nu heel wezenloos, maar het blad en de krukjes zijn er nooit gekomen.
OZ: En waarom niet, weet je dat?
D11: Ja geld, of er geld is op, of. Ja.
OZ: Wonderlijk.
D11: Ja, dat is wonderlijk, maar ja soms heb je dat. Haha, welkom in mijn wereld, zou ik zeggen.
OZ: Ja. Ok. Nou dank je wel voor alle toelichting.

